Warmtepomp en warmte- en koudeopslag in de bodem
U heeft een warmtepomp in huis. Deze zorgt voor een aangename temperatuur en warm water. De warmtepomp haalt warmte uit de bodem en stuurt die naar de vloerverwarming en de boiler. Daar wordt het water verder opgewarmd tot de gewenste temperatuur.
U vindt de warmtepomp in de kast naast de trap. Voor een goede werking is het belangrijk dat de waterdruk tussen de 1,5 en 2 bar zit en de isolatie van de leiding onbeschadigd is.
Als de warmtepomp een storing heeft, verschijnt er vaak op de kamerthermostaat in de woonkamer een code. Dit is meestal A1.19 of A1.20, wat betekent dat de waterdruk van de warmtepomp te laag is. U kunt dit zelf controleren met de waterdrukmeter die zich achter in de ruimte bevindt. Zie de bijlage voor instructies over het bijvullen van de warmtepomp.
Storing met code A1.19 of A1.20?
Neem contact op met Vechtdal Wonen
Overige storingen?
Neem contact op met ServiceBreed